Geschiedenis

Van 4000 voor Chr.  tot het begin van onze jaartelling

De acupunctuur heeft als behandelmethode vele perioden van opkomst en neergang beleefd, maar van een totale ondergang is nooit sprake geweest. Acupunctuur is mogelijk al zo’n 5200 jaar geleden in de Alpen ontstaan. In die tijd leefde daar de ‘IJsman’, zeg maar de

prehistorische Europese Yeti. Hij had op zijn lichaam tekens die corresponderen met acupunctuurpunten. Zijn stoffelijk overschot is het oudste Europese gemummificeerde menselijke lichaam met tatoeages. Deze tatoeages lijken geen (puur) esthetische waarde te hebben, omdat ze een simpele lineaire geometrische vorm hebben en zich bevinden op minder zichtbare plekken van het lichaam. Mogelijk werd dus in Centraal Europa omstreeks die tijd (anno 3200 v.Chr.) een acupunctuurachtige behandeling toegepast.

Naast deze Europese ‘IJsman’ zijn er nog oudere aanwijzingen voor acupunctuur, waaronder geslepen stenen en botten, die dateren van ongeveer 6000 v.Chr. Dit medische instrumentarium zou gebruikt kunnen zijn voor acupunctuurbehandeling. De primitieve instrumenten kunnen echter ook gediend hebben als andersoortige behandelmethoden, bijvoorbeeld chirurgische hulpmiddelen bij het aderlaten en abcesdrainage. Vroegere naaldachtige behandelingen met gebruik van bamboe of botnaalden om abcessen te openen, hebben mogelijk bijgedragen tot de ontwikkeling van acupunctuur.

Een praktijk die veel gelijkenis vertoont met acupunctuur was al bekend bij de pre-islamitische Arabieren en de oude Egyptenaren. Hierbij werd roodgloeiend ijzer in plaats van naalden gebruikt om de huid te cauteriseren (lokale verhitting of uitbranden). De tatoeages van de IJsman en de nog oudere geslepen hulpmiddelen zijn een aanwijzing dat er mogelijk al ruim vijf tot acht millennia geleden in Europa of elders op aarde sprake was van acupunctuurachtige behandelingen.

De Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM) is waarschijnlijk zo’n 3000 jaar geleden in China ontstaan. Ze omvat onder andere kruidengeneeskunde, acupunctuur, moxabustie (moxabehandeling) en massage. Volgens een legende zou acupunctuur ontdekt zijn door een soldaat die genas van een chronische ziekte, nadat hij op het slagveld door een pijl werd getroffen. In de Chinese oudheid hebben enkele standaardwerken de fundamenten gelegd voor de moderne acupunctuur. Naar verluidt is in opdracht van de mythische Gele Keizer (Huangdi), die leefde van circa 2700 tot 2600 v.Chr., het boek Neijing Suwen (素問Basisvragen van de inwendige geneeskunde) geschreven. Ter ere van Huangdi, de veronderstelde opdrachtgever van dit handboek, wordt het ook wel Huangdi Neijing (Esoterische klassieker van de Gele Keizer) genoemd. Niet iedereen denkt overigens dat dit Chinese standaardwerk al zo lang geleden is geschreven, dat wil zeggen tijdens het gouden tijdperk van de heerschappij van Huangdi. Sommigen zijn ervan overtuigd dat het niet ouder is dan 100 v.Chr.

Weer anderen beweren dat het boek Neijing Suwen is gebaseerd op oudere theorieën van Shennong, de vader van de Chinese geneeskunde en Heerser van de Vijf Granen, die ongeveer vijfduizend jaar geleden leefde. Shennong beschreef de energetische kracht Qi, die door het lichaam zou lopen. Naast het introduceren van de acupunctuur heeft hij de vroegste Chinese farmacopee samengesteld, waarin 365 medicamenten werden beschreven. Er heerst dus onduidelijkheid over het moment waarop Huangdi Neijing is gepubliceerd: mogelijk in opdracht van de Gele Keizer (Huangdi), mogelijk pas enkele millennia later. Er bestaat meer consensus over het feit dat dit handboek waarschijnlijk het eerste document is waarin de acupunctuur op georganiseerde wijze is vastgelegd.

De acupunctuur kwam tot ontwikkeling tijdens de Shang-dynastie (1777-1028 v.Chr.). Het werd later geïncorporeerd in de leer van Lao-tse (Boek van de godheid en de deugd, 604 v.Chr.) en in die van Confusius (551-478 v.Chr.).

De vroegste Chinese teksten die ‘kanalen’ (meridianen) beschreven in relatie tot diagnose en therapie dateren van ongeveer 150 v.Chr. De vroegste literatuur over therapeutische naalden stamt uit 90 v.Chr. Concepten van damp achtige vloeistoffen die verantwoordelijk zouden zijn voor het handhaven van de gezondheid zijn echter niet uniek voor traditionele Chinese geneeskunde. Er bestaan overeenkomsten tussen deze eeuwenoude Chinese teksten en de traditionele westerse behandelingen. De oude Griekse geneesheren geloofden dat de slagaders transparant vocht zouden vervoeren en geen bloed. Sommige experts geloven dat acupunctuur evolueerde vanuit het aderlaten.

Vanaf de jaartelling tot heden.

Volgens een oude Chinese legende was de arts Hwa-To rond 200 na Chr. de eerste die acupunctuur gebruikte voor chirurgische pijnstilling. Generaal Gwan, die een geïnfecteerde wond door een pijl had, zou zelfs een schaakspelletje gespeeld hebben terwijl Hwa-To hem onder acupunctuur verdoving aan deze wond opereerde. Kort na deze naar verluidt succesvolle operatie stak de arts het strijdveld over, om een bloeding tussen hersenen en schedel te verwijderen bij de generaal van het vijandige leger. Deze laatstgenoemde generaal liet de onfortuinlijke arts echter executeren, omdat hij daarvoor de generaal van de tegenpartij had geopereerd.

De kennis over gezondheid en ziekte ontstond in China alleen op basis van observatie van levende mensen, omdat ontleden verboden was. Het vak anatomie bestond nog niet. Er ontbrak dus enige vorm van systematische anatomische kennis.

Van Oost naar West…….

Een avontuurlijke trektocht met huifkar en os vanuit Vlaanderen naar China resulteerde in het eerste wetenschappelijk rapport over Centraal-Azië. Deze dertiende-eeuwse notities vormen een van de meesterwerken van middeleeuwse geografische literatuur, vergelijkbaar met Marco Polo. De auteur is William of Rubruck (circa 1220-1293), een Vlaamse Franciscaner missionaris en ontdekkingsreiziger. Pas vanaf de zestiende eeuw kreeg acupunctuur bekendheid in het westen, toen Portugese zeevaarders deze behandeling voor het eerst vermeldden. Een invloedrijk boek uit 1671, Les Secrets Chinois, beschreef het Chinese gebruik van de polsdiagnose.

Eind zeventiende eeuw was de Nederlandse scheepsarts Willem ten Rhijne (1649-1700) getuige van acupunctuurpraktijk in een kleine Hollandse handelsvestiging in Japan. In 1683 publiceerde hij Dissertatio de Arthritide (Geschrift over gewrichtsontstekingen), een gedetailleerd rapport over Oost-Aziatische medische praktijken. Zijn beschrijvingen van de acupunctuur werden destijds weliswaar goed gelezen, maar voornamelijk door de medische elite. Met zinnen als ‘de naald is gemaakt om de te gronde gerichte gezondheid van de mensen te herstellen’ beval hij acupunctuur aan.Ten Rhyne beschreef hoe specifieke ziekten werden behandeld door in bepaalde punten te prikken. Hij probeerde een brug te slaan tussen de Chinese en westerse geneeskunde. Daarom legde hij acupunctuur uit in termen die herkenbaar waren voor artsen die in de humorale geneeskunde waren getraind. Om zijn boek aangenamer te maken voor het westerse lezerspubliek gaf Ten Rhyne de illustraties typisch westerse gezichtskenmerken. Hij vernoemde ook de zachtheid van acupunctuur en moxabustie in vergelijking met de orthodoxe westerse behandelingen van destijds, zoals aderlaten, purgeren en cauteriseren (=lokale verhitting).Het bourgeois clientèle vond bloeden en laxeren nogal walgelijk. Voor artsen vormde acupunctuur dus een vrijwel pijnloos alternatief. Op die manier konden ze hun vak blijven uitoefenen zonder hun cliënten kwijt te raken.

Eind achttiende eeuw veranderde de westerse houding jegens acupunctuur, ten nadele van deze oude Chinese zienswijze. De geneeskunde in het westen raakte steeds meer geïnteresseerd in de wetenschap als een bron van kennis over de natuur. Sindsdien is de acupunctuur regelmatig vergeten en weer herontdekt.

In 1822 werd in China op bevel van de keizer acupunctuur geschrapt uit het Imperiale Medische Instituut. Dit verbod betekende een (overigens tijdelijk) einde van deze eeuwenoude behandelmethode. Na dit keizerlijke verbod uit 1822 werd acupunctuur nog enkele malen verboden, de laatste keer door de Kwomintang-regering in 1929. In Japan werd acupunctuur in 1876 verboden. In de twintigste eeuw genoot acupunctuur aanvankelijk vooral bekendheid in Frankrijk, dankzij de bloeiende sinologie en de kolonisatie van Indo-China.

Na de overwinning van de communisten in 1949 werd op last van Mao Zedong de traditionele Chinese geneeskunde, waaronder kruidengeneeskunde en acupunctuur, weer nieuw leven ingeblazen. Het herinstalleren van deze nationale behandelingen door leider Mao was waarschijnlijk deels politiek gemotiveerd en deels geboren vanuit de noodzaak om ten minste een soort gezondheidszorg voor het Chinese volk te leveren. Behalve voor verdoving werd acupunctuur in China vooral op het platteland ook gebruikt om tal van ziekten te kunnen behandelen..

In samenhang met het bezoek in 1971 van de Amerikaanse president Richard Nixon aan de Chinese Volksrepubliek kreeg de Amerikaanse journalist James Reston acupunctuur, terwijl hij van een appendectomie herstelde. Zijn blindedarmoperatie gebeurde onder gewone verdoving. Ter bestrijding van de postoperatieve pijn werd acupunctuur gebruikt. Daarnaast was Reston naar eigen zeggen getuige van een ‘longoperatie onder acupunctuurverdoving’. Hij beschreef destijds zijn ervaringen in de New York Times. Dit artikel veroorzaakte een nieuwe golf van interesse in de acupunctuur.

Na deze publicaties van onder anderen Reston over de wonderbaarlijke operaties nam de aandacht voor acupunctuur in toonaangevende medische tijdschriften toe. Begin jaren zeventig werd in een artikel in het Journal of the American Medical Association (JAMA) vooral het indrukwekkende gebruik van acupunctuurnaalden als pijnstilling benadrukt, zelfs voor grote operaties. De Amerikanen werden snel gevolgd door een groep Britse artsen die in 1972 een vergelijkbaar positief verslag over acupunctuur publiceerden in een ingezonden brief aan het British Medical Journal (BMJ). Na Nixons bezoek aan China verspreidde de acupunctuur zich snel in de westelijke wereld. In 1978 vonden er in ons land al een miljoen acupunctuurbehandelingen plaats.

Een conferentie van de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) uit 1997 stelde dat acupunctuur ondersteund wordt door positief bewijs voor een aantal aandoeningen. Een rapport van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) uit 2003 concludeerde dat acupunctuur is bewezen voor achtentwintig medische aandoeningen. De WHO beveelt acupunctuur momenteel aan voor diverse vormen van pijnbestrijding, maar ook voor klachten zoals koorts, oogontstekingen, maagzweren, astma, verlammingen en bedwateren.